LATEN GAAN

LATEN GAAN

Het was onze achtste afspraak in twee weken en er was weer geen fysieke toenadering geweest. En zo diepzinnig waren de gesprekken ook niet om het gemis aan het fysieke te compenseren. 

De dagen dat we mekaar niet zagen, kreeg ik wel eens een sms vol smileys. In het begin probeerde ik die te decoderen, ‘oh, wat zou hij bedoelen’. Maar met een opgestoken duim bedoelde hij ‘goed plan’ of ‘tof’. En een lachend hoofd gebruikte hij als een afsluitende groet. 

Die avond wilde ik een communicatieve zet doen. Ik pakte een papier en een Stanleymes. Ik sneed een golvende lijn uit het blad als symbool voor onze kabbelende tijdelijke toestand. Daarna sneed ik een boom met slanke stam uit met in zijn takken een boomhut. De stam van de boom sneed ik niet door, maar vouwde hem zodat je de boom recht kon zetten. En af en toe zou die schaduw kunnen geven aan al het wit. Met een gele stift tekende ik een zon.

Ik nam een blauwe post-it en schreef “wil je met mij een boom zoeken, een hut timmeren en daar samen een tijd in de wolken vertoeven.” Ik stak het papier in een enveloppe en in zijn brievenbus. De volgende dag kreeg ik geen smiley. De week erna ook niet. 

Een maand later, toen ik alle hoop had opgegeven zat er een brief in mijn brievenbus: “HOI; ik dacht dat ik met een vrouw van 36 te maken had, niet een pubermeisje”. Als afsluiter een smiley met mondhoeken naar beneden. Ik had me weer laten gaan.